Fijnstof PM10 en PM2,5: het verschil dat er echt toe doet
Op uw adrespagina staan twee soorten fijnstof: PM10 en PM2,5. Veel mensen lezen dat als twee verschillende stoffen. Dat is niet zo, en zodra u weet hoe het wel zit, worden de getallen een stuk begrijpelijker.
Twee maten, geen twee stoffen
PM staat voor particulate matter, oftewel deeltjes in de lucht. Het getal erachter is de bovengrens van de doorsnede in micrometer. PM10 zijn alle deeltjes kleiner dan tien micrometer, PM2,5 alle deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer.
PM2,5 zit dus volledig in PM10. De PM10-waarde op een punt is daarom altijd hoger dan de PM2,5-waarde op datzelfde punt. Ziet u dat ergens andersom, dan is er iets mis met de meting of de vergelijking.
Waarom het onderscheid ertoe doet
Grootte bepaalt hoe diep een deeltje komt. De grovere fractie blijft grotendeels in de neus en de bovenste luchtwegen hangen. De fijnere deeltjes komen tot in de longblaasjes, en de allerkleinste kunnen in de bloedbaan terechtkomen. Om die reden richt het gezondheidsonderzoek zich vooral op PM2,5, en is de norm daarvoor strenger.
De bronnen verschillen ook
In het verschil tussen PM10 en PM2,5 zit vooral het grovere materiaal, en dat komt van mechanische processen in plaats van verbranding: opwaaiend wegdek, bandenslijtage, remstof, bouwwerkzaamheden en landbouwgrond. Zeezout hoort daar aan de kust ook bij.
De fijne fractie komt juist grotendeels uit verbranding: verkeer, industrie, en in woonwijken opvallend vaak houtkachels. Daarnaast ontstaat een aanzienlijk deel van PM2,5 pas in de lucht zelf, uit gassen zoals ammoniak en stikstofoxiden. Dat heet secundair fijnstof.
Waarom fijnstof zo weinig verschilt tussen adressen
Dit is het grote verschil met stikstofdioxide. Fijne deeltjes blijven dagen in de lucht hangen en waaien over honderden kilometers mee. Een flink deel van het fijnstof boven Belgie is hier niet uitgestoten.
Dat zien we terug in onze cijfers. Waar stikstofdioxide tussen de hoogste en laagste Belgische gemeente ongeveer een factor tien verschilt, ligt PM2,5 tussen de uitersten binnen een factor drie. De hoogste waarden staan bovendien niet alleen in de drukste steden maar ook in West-Vlaanderen en aan de kust, waar de aanvoer vanaf zee en vanuit het zuiden samenkomt.
Voor u betekent dat: verhuizen binnen dezelfde streek verandert uw fijnstofblootstelling nauwelijks. Een straat verderop gaan wonen scheelt bij stikstofdioxide wel degelijk, bij fijnstof vrijwel niets.
De normen
Voor PM2,5 geldt nu een Europese grenswaarde van 25 µg/m³ voor het jaargemiddelde, die vanaf 2030 naar 10 µg/m³ gaat. Voor PM10 gaat de grenswaarde van 40 naar 20 µg/m³. De WHO-advieswaarden liggen op respectievelijk 5 en 15 µg/m³. Die van PM2,5 is dus streng: in onze database blijft maar een klein deel van de Belgische gemeenten daaronder, en dat zijn vrijwel allemaal Ardense gemeenten.
Veelgestelde vragen
Waarom is de PM2,5-advieswaarde van de WHO zo laag?
Omdat er geen drempel bekend is waaronder fijnstof aantoonbaar onschadelijk is. De WHO stelt expliciet dat lager beter blijft, ook onder de advieswaarde. De waarde van 5 µg/m³ is daarmee geen veiligheidsgrens maar een richtpunt.
Helpt een luchtreiniger in huis?
Voor uw binnenlucht kan die iets doen, maar dat is een andere vraag dan waar deze site over gaat. Wat u binnen inademt hangt ook af van ventilatie, koken en een eventuele kachel. Wij tonen uitsluitend de buitenlucht.
Waarom staat ozon niet op deze site?
Omdat IRCEL-CELINE voor ozon geen vergelijkbare kaart met jaargemiddelden op tien meter publiceert. Ozon is bovendien een zomerprobleem met sterke dagpieken, waarvoor een jaargemiddelde een slechte maat zou zijn.
Volgende stap: vergelijk de ranglijsten van PM2,5 en stikstofdioxide naast elkaar. Dat u daar heel andere gemeenten bovenaan ziet staan, is precies het punt van dit artikel.