Zelf meten met een fijnstofsensor: waar u op moet letten
Fijnstofsensoren zijn goedkoop geworden, en steeds meer mensen hangen er een aan de gevel. Vergelijkt u die waarden met de cijfers op deze site, dan lijken ze vaak niet op elkaar. Dat komt doordat u drie verschillende dingen door elkaar haalt.
Verschil een: uur tegenover jaar
Dit is verreweg de belangrijkste. Uw sensor toont wat er nu in de lucht zit. Deze site toont een jaargemiddelde. Op een windstille winteravond kan uw sensor gerust vier keer het jaargemiddelde aangeven, en op een winderige middag in april de helft ervan.
Wilt u die twee vergelijken, dan moet u uw sensorwaarden over een heel jaar middelen. Doet u dat over een week, dan vergelijkt u het weer van die week met een jaar.
Verschil twee: de meetmethode
De meeste betaalbare sensoren zijn optische deeltjestellers. Ze schijnen een laserstraaltje door een luchtstroom en tellen de flikkeringen. Uit dat aantal wordt met een vaste omrekening een massa in microgram per kubieke meter geschat.
Die omrekening veronderstelt aannames over de dichtheid en de vorm van de deeltjes. Klopt dat niet met de werkelijke samenstelling ter plekke, dan wijkt de uitkomst af. Vooral bij hoge luchtvochtigheid meten deze sensoren fors te hoog, doordat waterdruppeltjes worden meegeteld als stofdeeltjes. Een officieel meetstation weegt het materiaal daadwerkelijk of gebruikt een gecertificeerde equivalente methode.
Verschil drie: de plaats
Uw sensor hangt aan uw gevel, misschien onder een afdak of vlak boven een parkeerplaats. De waarden in deze site gelden voor de buitenlucht op een raster van tien meter, zonder de invloed van een portiek, een schoorsteen naast het raam of een auto die net start.
Waar een eigen sensor wel goed voor is
Deze bezwaren betekenen niet dat zo'n sensor waardeloos is. Hij is uitstekend geschikt voor het vergelijken van uw eigen situatie met zichzelf.
- Het verschil tussen een avond dat de buren stoken en een avond dat ze dat niet doen.
- Het verschil tussen ramen open en ramen dicht.
- Het verschil tussen de voorgevel aan de straat en de achtertuin.
Voor die vragen doet het er niet toe of de absolute waarde precies klopt, zolang de sensor consequent dezelfde afwijking heeft.
Wat u vooral niet moet doen
Uw sensorwaarde afzetten tegen een Europese grenswaarde en daaruit concluderen dat er sprake is van een overschrijding. Die grenswaarden gelden voor jaargemiddelden, gemeten volgens vastgelegde methoden op vastgelegde meetposities. Een uurwaarde van een gevelsensor voldoet aan geen van die voorwaarden. Zie de normenpagina voor wat die waarden wel zijn.
Veelgestelde vragen
Kan ik black carbon zelf meten?
Niet met een gangbare particuliere sensor. Dat vraagt optische apparatuur van een andere orde. Zie het artikel over black carbon.
Meet een sensor ook stikstofdioxide?
Er bestaan betaalbare elektrochemische cellen voor stikstofdioxide, maar die zijn gevoelig voor temperatuur en drift en vragen om regelmatige kalibratie. De onzekerheid is er groter dan bij fijnstof.
Kunnen jullie mijn sensorgegevens tonen?
Nee. Deze site toont uitsluitend de landsdekkende modelkaarten van IRCEL-CELINE, zodat elk cijfer op precies dezelfde manier tot stand komt en onderling vergelijkbaar blijft.
Volgende stap: lees hoe het ATMO-Street-model aan zijn waarden komt, of bekijk het dichtstbijzijnde officiele meetstation bij u in de buurt.